Home | Het hiernamaals

In een overlevering wordt verkondigd dat een paradijsbewoner een paradijs krijgt ter wijdte van vijfhonderd jaar. Hoe zou deze werkelijkheid begrepen kunnen worden met een aards verstand?


Antwoord: 

 

Iedereen op deze wereld bezit een persoonlijke en voorbijgaande wereld, die zo wijd is als de wereld. De basis van die wereld is zijn leven. Met zijn interne en externe gevoelens maakt hij gebruik van zijn wereld. Hij kan de zon zijn lamp en de sterren zijn kaarsen noemen. De aanwezigheid van andere schepselen en zielbezitters hinderen zijn heerschappij niet; integendeel, zij verlevendigen en versieren zijn persoonlijke wereld. Op een vergelijkbare wijze – maar dan duizenden niveaus verhevener – is er voor iedere gelovige, behalve een specifieke tuin met daarin duizenden paleizen en paradijselijke vrouwen, een persoonlijk paradijs ter wijdte van vijfhonderd jaar buiten het algemene paradijs om. Hij geniet op een wijze naargelang het ontwikkelde niveau van zijn gevoelens en zintuigen welke het paradijs en de eeuwigheid sieren. De aanwezigheid van anderen hinderen zijn heerschappij niet; in tegendeel, zij versterken die zelfs. Bovendien verlevendigen zij zijn wijd uitgestrekte persoonlijke paradijs. Waarlijk, op deze wereld kunnen de mond, oren, ogen, zintuigen, het proefvermogen en overige gevoelens benut worden in een tuin van een uur, een excursieoord van een dag, een land van een maand en een expeditie van een jaar. Op dezelfde wijze kunnen het reukvermogen en proefvermogen, welke in deze vergankelijke wereld slechts in een tuin van een uur benut kunnen worden, op dezelfde wijze benut worden in een tuin van een jaar in die eeuwige wereld. En een gezichtsvermogen en hoorvermogen welke op deze wereld slechts van een jaar durend excursieoord kunnen genieten, kunnen daar van een excursie in een vijfhonderd jarig oord genieten op een wijze welke die grandioze en van top tot teen versierde wereld siert. Iedere gelovige zal naargelang zijn niveau, zegeningen en weldaden welke hij op aarde verwierf, gebruik makend van zijn ontwikkelde en ontplooide gevoelens, genieten.

[Bediuzzaman Said Nursi, De traktaten over oprechtheid, blz 30]

 

Share this