Home | Gevoelens

Wat te doen bij jaloezie, vijandschap en haat?


Antwoord: 

 

Het vierde principe: Mensen vol haat en vijandschap doen én hun eigen ziel, en hun broeder in geloof, en Goddelijke barmhartigheid onrecht aan, want door haat en vijandschap laat hij zijn ziel in een pijnlijke marteling verkeren. De kwelling die hij voelt wanneer zijn vijand zegeningen ontvangt en het verdriet dat voortkomt uit angst voor hem, laten zijn ziel lijden. Op deze wijze doet hij zijn ziel onrecht aan. Als vijandigheid voortkomt uit jaloezie, dan is het een totale kwelling, want jaloezie verbrijzelt en brandt de afgunstige van binnen. Het schaadt degene waartegen jaloezie wordt gekoesterd zeer beperkt of totaal niet. 


De genezing voor jaloezie: laat de afgunstige nadenken over de afloop van de zaken waar hij jaloers op is, opdat hij inziet dat de wereldse praal, macht, status en rijkdom van zijn tegenstander, tijdelijk en vergankelijk zijn. Zij baten weinig en kosten veel moeite. Als het eigenschappen zijn met betrekking tot het hiernamaals, kan het in geen geval jaloezie zijn. Als hij zelfs daar afgunstig tegen doet, dan is hij óf zelf een huichelaar en wil zijn zegeningen hier op aarde verbrassen, óf hij denkt dat degene waartegen hij afgunst koestert, schijnheilig is en pleegt hierdoor onrecht. 


Ook door tevreden te zijn om narigheden en bedroefd te raken om zegeningen die zijn tegenstander toekomen, pruilt hij jegens de goedheden die verkregen worden van het lot en Goddelijke barmhartigheid; hij bekritiseert het lot en heeft bezwaar tegen barmhartigheid. Wie het lot bekritiseert, stoot zijn hoofd tegen een aambeeld en breekt het. Degene die bezwaar heeft tegen barmhartigheid, wordt onthouden van barmhartigheid. 

 

Wat voor ratio zou een jaar lang hatelijk en vijandig gedrag om iets wat geen dag vijandschap waard is, accepteren? In welk onbedorven geweten past dit? Jij kunt jouw gelovige broeder niet schuldig verklaren door alles volledig aan hem toe te schrijven wanneer schade jou treft wegens hem, want: 

 

Als eerst, het lot heeft er bij voorbaat een aandeel in. Dat aandeel hoor je er uit te halen en tevreden te reageren op het lot en vonnis. 

 

Als tweede, door ook het aandeel van de duivel en het ego te scheiden, hoor je geen vijandschap, maar mededogen te koesteren en te wachten op zijn berouw, omdat hij is overwonnen door zijn ego. 

 

Als derde, kijk ook naar de tekortkomingen van jouw eigen ego die je niet ziet of wil zien en geef ze ook een aandeel. Als je tenslotte op een meest vredige en vlotte wijze je vijandigheid overwint door nobel en vergevend te handelen jegens het kleine overgebleven aandeel, zal je worden gered van ongerechtigheid en verval. Anders zul je zoals een dronken en krankzinnige Joodse juwelier die een diamantenprijs betaalt voor glazen en brokken ijs, met hevige hebzucht en eindeloze haat, constant vijandig reageren omwille van tijdelijke, vergankelijke, waardeloze aardse zaken die geen vijf cent waard zijn, alsof je er eeuwig mee samen zult zijn op de wereld. Dit is bondig gezegd een immense ongerechtigheid of een dronkenschap; het is min of meer dwaasheid. 

Heb jij jouw eigen persoon lief, maak dan geen weg vrij voor vijandschap en wraaklust die zo schadelijk zijn als voorheen beschreven voor het persoonlijke leven, opdat het jouw hart niet betreedt. Als het een plaats heeft in jouw hart, geef er dan geen gehoor aan. Kijk, luister naar de waarheidsgetrouwe Hafizi-Shirazi '

 دُنْيَا نَه مَتَاعِيسْتِى كِه اَرْزَدْبَنِزَاعِ  

 Oftewel, ‘’De wereld is niet zo waardevol dat zij ruzie waard is’’, want zij is tijdelijk en vergankelijk en heeft dus geen waarde. Als de enorme wereld zo is, kun je begrijpen hoe waardeloos de kleine aardse zaken zijn. 

آسَايِشِ دُوگِيتِى تَفْسِيرِ اِينْ دُو حَرْفَسْتْ 

بٰا دُوسِتَانْ مُرُوَّتْ بۤا دُشْمَنَانْ مُدَارَا 

Oftewel, ‘’Twee principes beschrijven en bezorgen rust en vrede in beide werelden: welwillende omgang met je vrienden en vredelievende omgang met je vijanden.’’ 

  

Als jij zegt: ‘’Ik heb het niet in de hand; vijandschap zit in mijn aard. Wat mij is aangedaan, kan ik niet negeren.’’ 

  

Dan zeggen wij: wanneer er geen sporen worden getoond van een slecht karakter en schadelijke eigenschap, er niet wordt gehandeld naar roddels en hun beïnvloedingen, en eigen tekortkomingen worden ingezien, dan brengt zij geen schade toe. Aangezien jij het niet in de hand heb en er niet van af kunt zien, dienen jouw schuldbesef en bewustzijn van jouw ongegronde vijandschap als een mentaal berouw, een geheime biecht, en een persoonlijke smeekbede, en redden jou van haar kwaad. Zonder meer hebben wij dit onderwerp in deze brief geschreven, opdat deze spirituele smeekbede wordt gegrondvestOmschrijf ongerechtigheid niet als rechtvaardigheid; profileer je rechtvaardige vijand niet als de onrechtvaardige. 

  

[Bediuzzaman Said Nursi, De uiteenzetting over Broederschap, blz. 18] 

  

 

Share this