Het eerste punt


Het vasten in de maand Ramadan is één van de belangrijkste van de vijf zuilen van de Islam en behoort tegelijkertijd toe tot één van de meest aanzienlijke sheaïr.

Het bevat vele wijsheden ten aanzien van de heerschappij van Allah de Rechtvaardige, het sociale en het persoonlijke leven van de mensen, de fatsoenering van de nefs en ten aanzien van het tonen van dankbetuigingen voor de gunsten van Allah.

Eén van de vele wijsheden van het vasten ten aanzien van de heerschappij van Allah de Rechtvaardige is de volgende:

Allah de Rechtvaardige heeft de aardoppervlakte voor de mens tot een tafel gemaakt die geheel beladen is met gunsten. Op deze tafel heeft Hij alle mogelijke soorten gunsten aangeboden op de wijze van [1]مِنْ حَيْثُ لاَ يَحْتَسِبُ. Zodoende brengt Hij de volmaaktheid van Zijn heerschappij, Zijn barmhartigheid en Zijn genade tot uiting. Degenen die tot godvergetelheid en door bepaalde oorzaken tot blindheid zijn vervallen, kunnen de waarheid achter dat feit niet volledig achterhalen, ofwel vergissen zij zich soms zelfs. Daarentegen vormen de gelovigen in de maand Ramadan plotseling tot een welgeordend leger. Teneinde hun dienaarschap jegens Allah te bewijzen, wachten zij tijdens de avondschemering op het gebod “Tast toe!” alsof zij tot het gastmaal van Sultan-i Ezeli zijn uitgenodigd. Op deze wijze beantwoorden zij met een veelzijdige, welgeordende en geweldige aanbidding Zijn liefdevolle, majesteitelijke, alomvattende barmhartigheid. Waarlijk, kunnen dan nu degenen die zich voor dit verheven dienaarschap, deze eervolle opdracht afsluiten, het waardig zijn ‘mens’ genoemd te worden?

Footnotes

  1. ^ [En Hij voorziet hem] van waar hij er niet op had gerekend. – De Kuran 65:3