Het negende punt


Eén van de wijsheden van het vasten in de maand Ramadan ten aanzien van de onmiddellijke vernietiging van de denkbeeldige heerschappij van de nefs en de bekendmaking van haar dienaarschap via het tonen van haar machteloosheid is de volgende:
De nefs is vanuit zichzelf niet geneigd om haar Heer te erkennen. Evenals bij de farao het geval was, wilt zij een eigen heerschappij oprichten. Aan hoeveel kwellingen zij ook blootgesteld wordt, blijft deze karaktertrek in haar behouden. Echter, alleen door het lijden aan honger kan deze neiging gebroken worden. Voorwaar, via het vasten in de gezegende maand Ramadan wordt een directe slag tegen de faraonische front van de nefs gevoerd. Zijn machteloosheid, zwakheid en behoeftigheid worden opengelegd en zo realiseert de nefs zich dat zij een dienaar is.
In een hadis wordt het volgende overgebracht:
Allah de Rechtvaardige heeft aan de nefs gevraagd: “Wie ben ik, wie ben jij?” De nefs heeft geantwoord: “Ik ben ik, jij bent jij.” Allah voltrok daarop een bestraffing. De nefs werd in de hel geworpen. Toen stelde Allah wederom dezelfde vraag. En de nefs antwoordde ook ditmaal: “Ik ben ik, jij bent jij.” Welke bestraffing Allah de nefs ook deed ondergaan, zij nam niets terug van haar egoïsme, haar trots. Vervolgens legde Allah haar de bestraffing van de honger op, dus Hij liet haar verhongeren. Toen vroeg Hij haar opnieuw: "Wie ben Ik en wie ben jij?" Nu antwoordde de nefs: “Jij bent mijn barmhartige Heer. En ik ben Jouw machteloze dienaar!”

www.vragenenislam.nl
Deel