Waarom spreekt de Kuran in Wij-vorm? Wat wordt hiermee bedoeld?


We zien dat Allah (swt) ons in de Kuran zowel in Wij-vorm als in Ik-vorm aanspreekt. Met name in verzen die de aandacht trekken naar het universum en de schepping zien we de Wij-vorm vaak terug.

“Wij schiepen u.”[1] “Kijken zij dan niet naar de hemel boven hen, hoe Wij deze hebben opgericht en versierd en hoe die geen enkele scheur heeft?”[2] “En voorzeker, Wij hebben de mens geschapen en Wij weten alles wat zijn ziel hem influistert. En Wij zijn dichter bij hem dan zijn halsslagader.”[3] “Wij hebben water uit de wolken neergezonden.”[4]

In bijna alle bladzijden van de Kuran, zien we de Wij-vorm terug die persoonlijk gericht is aan Allah de Rechtvaardige. Echter, de Wij-vorm wordt niet alleen gebruikt om de aandacht te trekken naar tekenen van de schepping zoals te zien is in de verzen hierboven. We zien deze vorm ook terug bij verzen als het gaat om het zenden van de profeten en de hemelse geschriften, volkeren die eigenwijs vol blijven houden in hun ongeloof, de goddelijke geboden en verboden en de dag des oordeels.

Na het lezen van de Kuran kan men zich afvragen; ondanks dat Allah (swt) in de Kuran zichzelf keer op keer als de “Enige”, “zonder partner” en “als geen ander” aanduidt, waarom wordt dan de meervoudige “Wij” vorm gebruikt naast de enkelvoudige Ik-vorm?

Als voorbeeld: wat wordt er gewenst met “Wij hebben jullie geschapen” in plaats van “Ik heb jullie geschapen” of “Hij heeft jullie geschapen”?

Alle lof aan Allah, gelukkig zijn we in het verleden niemand tegengekomen die dit interpreteerde als het toekennen van deelgenoten aan Allah (swt). Zelfs de polytheïsten in Mekka hebben van de Wij-vorm in de Kuran niet een dergelijke betekenis opgemaakt.

Want de belangrijkste zaak, de eenheid van Allah (swt), wordt in de Kuran ook onderricht in verzen waarin de Wij-vorm wordt gebruikt. Hiervoor brengt de Kuran bewijzen uit de schepping en het innerlijke van de mens naar voren om de eenheid van Allah (swt) onomstotelijk te bewijzen.

Waarom dan “Wij”? Waarom heeft de Eeuwige Spreker in Zijn Kuran naast de “Ik” en “Hij” ook de Wij-vorm gebruikt? De moslims die het aanspreekpunt van de Kuran zijn hebben eeuwenlang op een wijze en betekenisvolle manier een antwoord op deze vraag gegeven welke te vinden zijn in de verschillende Kuran-exegeses.

Door verzameling van kennis in 1500 jaar tijd begrijpen we dat naast de “Ik” en “Hij” vorm, het bestaan van de Wij-vorm de meest kritische stappen opent in onze weg in het opdoen van kennis over Allah (swt). Als volgt: ”Hij heeft de schoonste namen”.[5] Om de schone namen van Allah de Rechtvaardige te kennen, moeten we bepaalde vergelijkingen begrijpen om vervolgens daarop aansluitende stappen te kunnen zetten.

Eén van deze vergelijkingen is de vergelijking van ehadiyyet met wahidiyyet. Beide manifesteren de eenheid van Allah (swt). Wahidiyyet manifesteert de eenheid van Allah (swt) in heel het universum en ehadiyyet is de bijzondere weerspiegeling van de eenheid van Allah (swt) in alle schepselen van het universum. Oftewel, we moeten Allah (swt) niet alleen als de Schepper van alles kennen, we moeten ook de ehadiyyet in de wahidiyyet zien en laten zien. We moeten Allah (swt) kennen als de Schepper van alles en als Hij Die al Zijn namen in al het geschapene manifesteert.

Een ander belangrijk stap in het opdoen van kennis over Allah is de vergelijking van de namen Djelal (Allah, Wiens grootheid en verhevenheid grenzeloos zijn) met Djemal (Allah, Wiens eer en pracht oneindig is). Waarlijk, in sommige namen van Allah (swt) zien we de manifestatie van de naam Djelal en in sommige namen de naam Djemal terug. Bijvoorbeeld in de namen el-Kahhar (Allah, Wiens toorn de tirannen en de slechte mensen overkomt), el-Kadir (Allah, Wiens macht alles omvat), el-Djebbar (Allah de strenge Onderwerper), el-Aziz (Allah de Verhevene), el-Azim (Allah de Grote) zien we de Djelal en in namen zoals er-Rahman (Allah, Wiens barmhartigheid alles omvat), er-Rahim (Allah, Wiens genade alles omvat), er-Rezzak (Allah, Die de levensbehoeften van alle schepselen voorziet), el-Wedud (Allah, de Liefdevolle) zien we de naam Djemal van Allah (swt). Ook zijn we getuige van de verschillende manifestatie van de namen Djelal en Djemal op de schepselen. Bijvoorbeeld bij een bloem, vlinder, bij, fruit en baby zien we de naam Djemal meer opvallen; bij bergen, oceanen, aardbevingen, bliksem en donder zien we dat de naam Djelal meer opvalt. Eén sneeuwvlok beladen met Djemal kan met het samenkomen van duizenden sneeuwvlokken wegen sluiten en het bedrijfsleven tot stilstand brengen. Hier zijn we getuige van de naam Djemal in Djelal. Aan de andere kant zien we verheven bergen die als pinnen fungeren, die de aarde vasthouden, een opslagplaats zijn voor water, de wind drijven en andere duizenden manifestaties van Djemal en barmhartigheid herbergen. Hier zien we de naam Djelal in Djemal. Hoe groot en vrij van gebreken is Allah Die Djelal en Djemal, barmhartigheid en verhevenheid, genade en bestraffing samenbrengt en elkaar laat ontmoeten ondanks dat deze tegenstrijdig lijken en wij hiermee op de trede staan waarop de mogelijkheid bestaat om Allah (swt) zijn naam el-Kemal (Allah, Wiens volmaaktheid grenzeloos is) te vatten.

Net zoals deze, is een andere belangrijk kritische stap om kennis op te doen over Allah (swt), en Hem met Zijn namen, eigenschappen en manifestaties te kennen, de vergelijking van uluhiyyet met rububiyyet. Uluhiyyet verwerpt andere goden in de heerschappij van Allah, rububiyyet verwerpt andere goden in het ten uitvoer brengen van handelingen. Vanuit de goddelijkheid begrijpen we dat niets anders dan Allah (swt) waardig is om aanbeden te worden en dat Allah (swt) dus de enige God is die waardig is om aanbeden te worden. Vanuit de heerschappij herkennen we elk van Zijn namen en de verschillende gradaties van Zijn namen die zich manifesteren in verschillende kleuren, aspecten, afmetingen, verschijningen en wijsheden die verspreid zijn in de gehele schepping. Met andere woorden; met uluhiyyet wordt uitgedrukt dat de namen en eigenschappen van Allah (swt) grenzeloos en alomvattend zijn, met rububiyyet, voor ons om te begrijpen, zien we elk van Zijn namen zich op verschillende niveaus manifesteren.

Als we een voorbeeld zouden moeten geven; terwijl het voor een filmmaker mogelijk is om een film, waarvan de montage gereed is, versneld in twee minuten te laten zien, is het voor ons niet mogelijk om het onderwerp en de boodschap, door onze beperkte capaciteit en waarneming, te begrijpen. Daarom wordt de film geleidelijk voor ons verspreid over een tijdsbestek van twee uur om het bericht en boodschap te kunnen begrijpen. Precies op dezelfde manier ervaren we blindheid als onze ogen worden blootgesteld aan te veel licht. Zo ook is het voor onze barmhartige Heer mogelijk om de vier jaargetijden tegelijk te creëren, het gehele universum in één keer te schapen en te laten verdwijnen. Hij bezit de macht om al Zijn namen in één keer te manifesteren (uluhiyyet), doch manifesteert onze Heer Zijn namen en eigenschappen geleidelijk in bepaalde gradaties en niveaus (rububiyyet) voor Zijn dienaren zodat zij deze kunnen herkennen en begrijpen.

Dus Allah de Verhevene spreekt in de Kuran in de Ik-vorm vooral als het gaat om zaken omtrent zichzelf (uluhiyyet) en in de Wij-vorm vooral als het gaat om zaken omtrent Zijn daden en schepping (rububiyyet). De inhoud van deze Wij-vorm moeten we met al Zijn namen op een hoogste niveau gaan vullen.

Als wij bijvoorbeeld aangesproken worden door de vers “Wij hebben de mens geschapen...”[6], dan moeten we het volgende realiseren: “Dus als ik aandachtig kijk naar de schepping van de mens, dan zie ik daar de manifestatie van al Zijn namen, en kan ik de reflectie van al Zijn namen lezen in deze ‘menselijke spiegel’.” Met ons beperkte hoor en zichtvermogen kunnen we begrijpen dat Allah de Alhorende, de Alziende is. Andere namen kunnen we op deze manier vergelijken. Als wij bijvoorbeeld aangesproken worden door de vers “En Wij hebben de nacht en de dag gemaakt tot twee tekenen…”[7], dan moeten we precies op dezelfde manier de dag en nacht als volgt bezichtigen: “Dus ik moet de dag en nacht als getuigen lezen die al Zijn namen op het hoogste niveau laten zien.” Aan de andere kant; als we aangesproken worden door verzen als “Voorwaar, Wij hebben in waarheid het Boek voor de mensen aan jou gezonden.”[8], dan moeten we begrijpen dat de Kuran, waarvan de verkondiging een wonder is, voortgekomen is vanuit het hoogste niveau van alle namen van Allah.

Samengevat kunnen we het volgende stellen: verzen in de Ik-vorm zorgen ervoor dat we de goddelijkheid van Allah (uluhiyyet) enigszins bevatten. Verzen die tot ons aanspreken in de Wij-vorm laten de heerschappij van Allah (rububiyyet) zien en herbergen in zich verschillende aanduidingen en voortekens om Allah (swt) met al Zijn namen te beseffen. Deze verzen nodigen ons uit om met een compleet gebed al Zijn namen te laten weerspiegelen in ons leven.
In de Arabische literatuur wordt de Wij-vorm gebruikt voor iemand om hem een verheven status te geven. Allah (swt) gebruikt dit eveneens voor het verwijzen naar zijn rububiyyet.

Footnotes

  1. ^ De Kuran 56:57
  2. ^ De Kuran 50:6
  3. ^ De Kuran 50:16
  4. ^ De Kuran 31:10
  5. ^ De Kuran 17:110; 20:8
  6. ^ De Kuran 15:26
  7. ^ De Kuran 17:12
  8. ^ De Kuran 39:41

Gerelateerde vragen