Antwoord

In dit wereldse leven kunnen wij te maken krijgen met rampspoed zonder dat wij in staat zijn om er wat aan te kunnen doen. Achter dit soort problemen schuilen zeer belangrijke wijsheden. Onze profeet (saw) vertelt het volgende:

“Wanneer een moslim moe raakt, ziek wordt, valt, droevig wordt, pijn heeft en zelfs wanneer een doorn hem steekt, zal dit alleen leiden tot het verbergen van zijn fouten door Allah (swt).”[1]

Onze moeder Aishe (ra) overlevert een hadis hierover:

“Er is geen enkele ramp dat een moslim raakt, die niet zal leiden tot het uitwissen van zijn fouten door Allah (swt).”[2]

Uit deze uitleg kunnen wij opmaken dat alle soorten rampspoed zoals; pijn, droefheid, ziekten, piekeren, vermoeidheid als boetedoening gelden en reden zijn om vergeven te worden voor sommige fouten van moslims. Deze fouten zullen uitgewist en vernietigd worden door de gratie van Allah (swt). Zodoende verschijnt een grote barmhartigheid in de rampspoed; de fouten van gelovigen worden niet berecht in het hiernamaals, waardoor er sprake is van ontheffing van bestraffing en verhoging van de graad van een moslim in het hiernamaals.

In deze context zijn rampspoeden mooi wegens de uitkomsten ervan, ze lijken op zure medicijnen. Ze redden ons en onze hiernamaals. Ze redden ons van onze zonden die als het ware spirituele ziekten zijn die onze eeuwige leven verduisteren. Hierom alleen al zouden wij tevredengesteld moeten zijn met lotsbestemming en ons eraan overgeven.

Profeet Muhammed (saw) heeft de overgave aan lotsbestemming in tijden van rampspoed en ziekten op de volgende manier verheldert voor ons:

“Wanneer Allah iemand gunstig is gezind en hem het goede wenst (als boetedoening voor zijn zonden en om zijn graad te verhogen), brengt Hij diegene in aanraking met rampspoed.”[3]

Abdullah b. Mesud (ra) vertelt het volgende hierover:

“Ik kwam naar de profeet (saw) toen hij ziek was. Hij had zeer hevige koorts door malaria. Ik zei tegen hem: “U heeft malaria, u bent hevig aan het trillen.” En ik voegde eraan toe: “Is dit, omdat er voor u dubbel hasenat (goede daden) zal zijn?” De profeet zei: “Ja, er is geen enkele moslim wiens pijn of verdriet geen reden zullen zijn voor de vergeving van zijn fouten, net als bomen die bladeren van zich laten vallen.”[4]

Wij kunnen hieruit opmaken dat Allah (swt) de gelovige moslim zal vergeven en verschonen voor zijn fouten wanneer hij getroffen wordt door ziekte of rampspoed, mits deze zich niet beklaagt en zijn lotsbestemming accepteert. Vanuit dit opzicht zijn droefenis en rampspoed zegeningen. We zouden ons hierover niet moeten beklagen, integendeel zouden we juist dankbaar en geduldig moeten zijn. In feite zijn ziektes en rampspoeden dus een gift en genade van Allah (swt). Dit weten wij al te goed, want Allah (swt) heeft de meest heftige beproevingen aan zijn profeten en geliefde dienaren toegezonden. Moslims moeten ten tijde van ziektes, tegenspoed en rampspoed zich vol acceptatie en overgave opstellen tegenover Allah (swt) en het volgende vers herinneren:

Degenen die wanneer een ramp hen treft, zeggen: "Voorwaar, aan Allah behoren Wij, en voorwaar, tot Hem zullen Wij terugkeren."[5]

Profeet Muhammed (saw) heeft over dit soort rampspoeden waar wij niets aan kunnen veranderen het volgende beveelt:

“Wanneer Allah een volk/gemeenschap bestraft, worden degenen in die gemeenschap getroffen door de bestraffing. Echter worden zij (de rechtschapen tussen hen) tot wederopstanding gebracht in verhouding met hun handelingen.”[6]

We zien dat wanneer bestraffingen als hongersnood, ziektes, aardbevingen, moeilijkheden, holocausten volkeren treffen; vrijwel iedereen in die gemeenschap wordt getroffen. Dit soort bestraffingen kunnen zowel de slechte als de goede mensen raken. Als de bestraffing alleen de slechten zou treffen, zou dit in tegenstrijd zijn met de geheimen achter de beproeving. Dan zou iedereen zich wenden tot goedheid en rechtschapenheid. Echter Allah zal in het hiernamaals ons allen doen wederopstaan en de goeden tussen ons belonen, eenieder zal behandeld en berecht worden naar zijn daden.

Footnotes

  1. ^ Umare, p. 375, nr. 607; (Bukhari, merda wet-tib 1); İbnu Ebil-Izz, p. 366
  2. ^ Umare, p. 375, nr. 606; (Bukhari, merda wet-tib 1)
  3. ^ Heyet, Medjmaut Tefasir III: p. 376, nr. 606
  4. ^ Umare, p. 375, nr. 607; (Bukhari, merda wet-tib 1); İbnu Ebil-Izz, p. 366
  5. ^ De Kuran 2:156
  6. ^ Umare, p. 455, nr. 775; Bukhari, fiten 19
01 July 2020 41
www.vragenenislam.nl
Deel