Welke gebeden sprak de Profeet (asm) veelvuldig uit na de openbaring van soera Nasr?
Beste broeder/zuster,
Hieronder nemen we een overlevering over dit onderwerp op:
Hz. Aisha (r.anha) zei:
: ما صلّى رسولُ الله صلى الله عليه وسلم الصلاة بعد أن نزلت عليه { إِذَا جَاءَ نَصْرُاللهِ وَالْفَتْحُ } إلاّ يقول فيها : « سُبْحَانَكَ رَبَّنَا وَبِحَمْدِكَ ، اللَّهُمَّ اغْفِرْ لِي ».
"Wanneer de hulp van Allah komt en de overwinning…" (zie Nasr, 110/1-3) nadat dit vers was neergedaald, zei de Boodschapper van Allah (asm) in elk gebed dat hij verrichtte altijd: "O onze Heer, ik prijs U, ik gedenk U met lofprijzing. O Allah! Vergeef mij..." [1]
Een andere hadith, overgeleverd door Hz. Aisha (r.anha) in de Sahīh van Bukhārī [Ezān 139, TafsīrInterpretatie van de Qur'ān soera (110), 2] en de Sahīh van Muslim (Salāt 217), luidt als volgt:
وفي رواية الصحيحين عنها : كان رسول الله صلى الله عليه وسلم كثيراً أن يقول في ركوعه وسجوده : « سُبْحَانَكَ اللَّهُمَّ رَبَّنَا وَبِحَمْدِكَ ، اللَّهُمَّ اغْفِرْ لِي » يتأول القرآن .
معنى : « يتأول القران أي : يعمل ما أُمِرَ به في القرآن في قوله تعالى : { فَسَبِّحْ بِحَمْدِ رَبِّكَ وَاسْتَغْفِرْهُ } .
وفي رواية لمسلم : كان رسول الله صلى الله عليه وسلم كثيراً أن يقول قبل أن يموت : « سُبْحَانَكَ اللَّهُمَّ وَبِحَمْدِكَ ، أَسْتَغْفِرُكَ وَأَتُوبُ إِلَيْكَ ». قالت عائشةُ : قلت : يا رسول الله ما هَذِهِ الْكَلِمَاتُ الّتي أَرَاكَ أَحْدَثْتَهَا تَقُولُهَا ؟ قال : « جُعِلَتْ لِي عَلَامَةٌ في أُمَّتِي إِذَا رَأَيْتُهَا قُلْتُهَا. هذه العَلامَة، نَصْرُ السُّورة ».
In een andere overlevering van Muslim (Salāt 220) staat dit onderwerp als volgt beschreven:
De Boodschapper van Allah (asm) begon deze woorden veelvuldig te zeggen: "Ik prijs Allah, verheven boven alle eigenschappen die Zijn goddelijkheid niet betamen, en ik loof Hem." Hz. Aisha zei:
"Ik zie dat u de woorden 'Subhānallah wa bihamdihī, astaghfirullāh wa atūbu ilayh' zeer vaak uitspreekt?"
De Profeet (asm) antwoordde:
"Mijn Heer heeft mij laten weten dat ik een teken in mijn gemeenschap zal zien. Sinds ik dat teken heb gezien, spreek ik de woorden 'Subhānallah wa bihamdihī, astaghfirullāh wa atūbu ilayh' veelvuldig uit." Hij zag dat teken in de verovering van Mekka — waarbij soera Nasr hem opdraagt zijn Heer te prijzen met lofprijzing en om vergiffenis te vragen wanneer de hulp van Allah aankomt en men mensen in groepen de godsdienst van Allah ziet binnentreden. Onze Meester (asm) gaf uitvoering aan dit gebod door de uitdrukkingen uit de bovengenoemde overleveringen veelvuldig te zeggen tijdens de rukū' en sujūd van de gebeden die hij verrichtte. Hz. Aisha merkte op dat dit nieuwe gedrag — dat anders was dan wat zij eerder had waargenomen en dat een voortdurend karakter had gekregen — en wilde dit begrijpen. De Profeet (asm) stilde haar nieuwsgierigheid door te zeggen dat soera Nasr hem deze taak had opgedragen. Om deze reden wordt deze soera ook wel de soera van afscheid (tevdi') genoemd. Bovendien is dit de laatste soera die als geheel werd neergedaald. Er zijn overleveringen die zeggen dat de openbaring ervan vóór de verovering van Mekka plaatsvond, en ook dat zij tijdens de Afscheidsbedevaart werd neergedaald. Het meest aanvaard is dat zij vóór de verovering werd neergedaald.
Wanneer we de overleveringen — allemaal afkomstig van onze moeder Hz. Aisha (r.anha) — gezamenlijk beschouwen, blijkt dat dit gedrag van de Profeet (asm) werd waargenomen in een periode vlak vóór zijn overlijden. Dit vormt het bewijs dat het vermeerderen van goede daden naarmate het einde van het leven nadert, ook daadwerkelijk plaatsvond in het reine leven van de Profeet. Ook de uitleg van de Profeet zelf maakt dit duidelijk.
Wanneer dan de uitleg en de praktijk van de Profeet (asm) — aan wie zowel het verleden als de toekomst in termen van verantwoordelijkheid zijn verbonden — zo is, wordt het duidelijk dat dezelfde aanmoediging bij uitstek gericht is aan ons, zijn gemeenschap, die niet over een dergelijk voorrecht beschikt.
Bovendien tonen deze overleveringen de juistheid aan van de beoordeling die Ibn Abbas (ra) gaf over soera Nasr (zoals vermeld in de vorige hadith).
Samengevat:
De verheven Boodschapper (asm) heeft zeer veel istighfār verricht — hij heeft Allah de Verhevene om vergiffenis gevraagd en heeft hier bijzondere aandacht aan besteed. Deze toestand beleefde hij nog intenser tegen het einde van zijn leven.
Voor een gunst is dankbaarheid vereist.
Door de Profeet (asm) als voorbeeld te nemen, dienen ook moslims ernaar te streven om in hun ouderdom meer aandacht te besteden aan aanbidding en goede daden. (zie Riyādu's-Sālihīn, Vertaling en Commentaar, Levensrichtlijnen van onze Profeet.[2]