Antwoord

Halal is een islamitische term waarmee wordt aangegeven wat toegestaan is. Het tegenovergestelde is haram. Het gaat hierbij om zowel halal en haram handelingen als halal en haram voedsel. Halal en haram zijn twee theologisch-juridische bepalingen die van toepassing zijn op alle facetten van het leven.

Wat betreft halal voedsel

Moslims eten voedsel wat toegestaan is. De verplichting om geen haram maar halal te eten is gebaseerd op verzen uit de Kuran en ehadis. In de Kuran wordt hierover het volgende gezegd:

“O jullie die geloven! Eet van de wettige zaken waarmee Wij jullie voorzien hebben en wees Allah dankbaar, als Hij alleen het is Die jullie aanbidden. Hij heeft slechts voor jullie verboden de dode dieren (het niet-ritueel geslachte), het bloed, het vlees van het varken en dat waarover (bij het slachten) een andere naam dan die van Allah is uitgesproken. Maar wie door nood gedwongen is, zonder dat hij het wenst, noch om de grenzen te overtreden, dan is het voor hem geen zonde. Waarlijk, Allah is de vaak Vergevende, de Genadevolle.”[1]

Evenals dit verse zijn er meerdere verzen aangaande halal en haram voeding.[2] Onze religie is geen religie van moeilijkheden. Dit wordt uitgedrukt met het vers "Allah belast niemand boven zijn vermogen."[3] Halal voedsel wordt niet afzonderlijk beschreven als we kijken naar de literatuur van fikh. Het aantal halal voedsel is gewoonweg te veel om in de boeken te omschrijven. Daarom wordt alleen haram voedsel, die in aantal erg gering is, omschreven in plaats van alle halal voedsel. Voedsel die niet als haram is benoemd is vanzelfsprekend aan te merken als halal.

De meerderheid van de islamitische rechtsgeleerden zijn op basis van de verzen 45:13 en 6:145 van mening dat als uitgangspunt kan worden genomen dat als over bepaalde dingen geen specifiek oordeel is gegeven en die nuttig zijn voor de mens het vrij is om deze te nuttigen.

Wat betreft de handelingen

Verdiensten die op een halal of haram manier gegenereerd worden hebben ondere andere invloed op de acceptatie van gebeden, saamhorigheid binnen een gezin en relaties met de omgeving. Om deze reden benadrukken de Kuran en profeet Muhammed (saw) deze kwestie met zorgvuldigheid.

In de Kuran worden alle profeten, alle gelovigen en alle mensen bevolen halal en tayyib voedsel te eten en te drinken. Volgens de overlevering van Abdullah ibn Mesud (ra) zei de profeet (saw):

"Nadat de aanbiddingen die farz zijn afgerond zijn, is het farz om halal inkomsten na te streven."[4]

We moeten hierbij aangeven dat in de Kuran en ehadis, het bevel halal eten zowel op zichzelf staand als ook een manier van halal verdienen omvat. Het is ook opmerkelijk dat het woord tayyib naast halal wordt genoemd. Volgens sommige geleerden die zich met het onderwerp bezighouden is er sprake van halal als aan de voorwaarden van halal zijn voldaan, er geen belemmering of tekortkomingen aanwezig zijn en bij navraag aan een moefti deze een halal fetwa afgeeft.

Wat betreft tayyib

De geleerden geven aan dat iets tayyib is als iemand bij het verrichten van een handeling volgens zijn eigen geweten deze als halal aanmerkt. Op grond hiervan kan een verdienste (inkomen), ondanks dat deze als halal is verklaard op basis van fikh, door bezwaar vanuit het geweten toch aangemerkt worden als niet tayyib.

Dus is het niet voldoende om een inkomen als halal aan te merken door alleen te kijken naar fikh. Het geweten van een persoon zou deze ook moeten accepteren. Om deze reden zei profeet Muhammed (saw):

“Raadpleeg je geweten. Goedheid is wat de ziel goedkeurt en het hart bevestigt te doen. Zonde daarentegen is iets dat van binnen krabt en argwaan en aarzeling wekt, zelfs als anderen je zoveel fetwa geven.”[5]

En de volgende hadis drukt als het ware deze waarheid uit:

“Goedheid is morele schoonheid, een zonde is iets wat je geweten dwars zit en waarvan je niet wilt dat anderen het weten.”[6]

In het geval de verdiensten van een gelovige, die hiermee naar Hadj of Umrah gaat, problematisch is volgens fikh en vanuit het geweten, dan bestaat er een grote kans dat de aanbidding van die persoon wordt afgewezen als de situatie niet wordt recht getrokken. De volgende hadis is hierover duidelijk:

“O mensen! Allah (swt) is tayyib. Hij accepteert enkel het zuivere. Wat Hij de profeten heeft opgedragen, heeft Hij ook aan de gelovigen bevolen.”[7]

Tevens heeft Allah (swt) tegen de profeten gezegd:

“O boodschappers! Eet van wat rein is en verricht goede daden. Ik Ben zeker Alwetend van hetgeen jullie doen.”[8]

Over mensen zei Hij:

"O jullie die geloven! Nuttig van wat gezond en rein is, waarvan Wij jullie hebben voorzien. En wees Allah dankbaar indien Hij Degene is Die jullie dienen.”[9]

Hierna vertelde profeet Muhammed (saw) over een man die op een lange expeditie ging. Zijn haren waren verstrooid en zijn gezicht zat onder de stof. Deze man opende zijn handen en richtte deze naar de hemel en smeekte: O mijn Heer! O mijn Heer…! De profeet (saw) vertelde over hem:

“Hetgeen hij eet is haram, hetgeen hij drinkt is haram, hetgeen hij draagt is haram en hetgeen waarmee hij gevoed wordt is haram. Waarom zou Allah zijn smeekbede accepteren?”[10]

Volgens muhaddisin is deze persoon die tot Allah (swt) bidt veilig teruggekeerd van een zeer vermoeiende, gevaarlijke en lange maar gezegende reis zoals een djihad, pelgrimstocht, familiebezoek of om kennis te verzamelen. Hij opende zijn handen en bad tot Allah (swt) om deze te accepteren. Allah (swt) heeft de gebeden en aanbiddingen van deze persoon die gevoed is met haram verdiensten verworpen. Volgens een overlevering zou Sa'd ibn Ebi Wakkas (ra) aan profeet Muhammed (saw) hebben verzocht:

O eerbedwaardige profeet! Bid tot Allah, opdat ik tot de dienaren zal behoren wiens gebeden worden geaccepteerd.” Hierop zei de profeet (saw): “O Sa’d! Indien je bij elke hap die je neemt oplet of deze halal en rein is, dan zul je één van degenen zijn wiens smeekbedes worden verhoord.”[11]

Profeet Muhammed (saw) drukt nadrukkelijk het effect uit van halal verdiensten op de acceptatie van hadj. “Indien een persoon de intentie neemt om naar hadj te gaan en op het punt staat om te vertrekken en “Lebbeyk! Allahumme, Lebbeyk! (O mijn Heer! Hierbij geef ik gehoor aan Jouw oproep en kom ik naar Jouw huis!)” zegt, zal als hij op weg is met halal verdiensten, er vanuit de hemel een antwoord op hem dalen: “Gezegend is je hadj, wees gelukkig ermee! Je verdiensten en reis zijn halal en je hadj is geaccepteerd.” Als de hadj wordt verricht met onreine verdiensten, krijg je het tegenovergestelde antwoord: “Ik accepteer je niet en wens je geen geluk, je verdiensten zijn haram, je hadj is niet geaccepteerd.”[12]

Om deze reden adviseerde profeet Muhammed (saw) de kooplieden om ten tijde van het sluiten van hun kramen sadaka te geven, zodat de onreine verdiensten, die vermengd kunnen raken met hun totale verdiensten gedurende de hele dag, gereinigd worden. Het is daarom van belang dat verdiensten gereinigd moeten worden alvorens men op een gezegende reis gaat.[13]

Kortom: aangezien het verboden is om haram voedsel te nuttigen en haram zaken te verrichten, zoals omschreven in de Kuran en ehadis, kan een moslim geen haram voedsel consumeren en haram handelingen of zaken verrichten. Het is overduidelijk dat er in het hiernamaals een bestraffing zal plaatsvinden indien handelingen verricht worden die haram zijn en hiervoor geen vergiffenis wordt gevraagd.

Footnotes

  1. ^ De Kuran 2:172-173
  2. ^ Zie De Kuran 5:3, 4, 87, 88, 90, 91; 20:81; 7:157; 40:51
  3. ^ De Kuran 2:286
  4. ^ Zie beyhaki, Mishkat
  5. ^ Ahmed b. Hanbel, Musned, IV:227-228
  6. ^ Zie Muslim, Birr 14-15; Tirmidhi, Zuhd 52
  7. ^ Muminun 23:51
  8. ^ De Kuran 23:51
  9. ^ De Kuran 2:172
  10. ^ Zie Muslim, Zekat 65; Tirmidhi, Tefsir 3; Ahmed b. Hanbel 2:328
  11. ^ Zie Taberani; Ghazali, İhya II p. 114 Muesseset-ul Halebi 1967- Kahire
  12. ^ Heytemi 3:209-210
  13. ^ Zie Ebu Dawud, Buyu 1; Tirmidhi, Buyu 4
05 June 2020 98
www.vragenenislam.nl
Deel