Antwoord

De vraag of het leven per toeval is ontstaan, is een belangrijk vraagstuk welke goed bekeken dient te worden. Het is een vraagstuk dat erg leeft bij mensen die niet geloven in een Schepper.

Voorwaar, er zijn vier beweringen te noemen voor het ontstaan van het universum en alles wat erin bevindt. Namelijk,

  1. Oorzaken creëren het;
  2. Het ontstaat uit zichzelf;
  3. Het ontstaat op natuurlijke wijze, de natuur zorgt hiervoor en creëert het;
  4. Allah heeft alles geschapen.

Laten we de bovenstaande beweringen een voor een behandelen.

1. Oorzaken creëren het universum en alles wat er bevindt.

Om in leven te kunnen blijven zijn we afhankelijk van eten en drinken. Wolken is een oorzaak voor water. Water is een oorzaak voor bomen en planten. Bomen en planten zijn verder een oorzaak voor zuurstof en vruchten. Al deze oorzaken komen tot stand door atomen. Indien we ervan uitgaan dat alles oorzakelijk is ontstaan en dat deze oorzaken door atomen worden samengesteld, dienen we te accepteren dat deze atomen goden of scheppers zijn. Aangezien de eigenschappen zoals kennis, wil, kracht en barmhartigheid bij deze atomen en oorzaken ontbreken, kunnen we concluderen dat zij geen goden of scheppers kunnen zijn. Veeleer verrichten ze hun taken onder het bevel van Degene Die over een oneindige kennis, wil, macht en barmhartigheid beschikt. Dat wil zeggen dat eindeloze volmaaktheden en schoonheden van deze eigenschappen aan Allah toebehoren, die de atomen en de oorzaken schept en leidt.

Teneinde deze waarheid op een duidelijke manier te tonen, zullen wij naar de tekenen en de lichtflitsen van een helder bewijs, uit de talloze bewijzen aangaande de kennis en de wil van Allah, op de volgende wijze verwijzen:
De Schepper Die met Zijn voor ons zichtbare handelingen het hele universum schept en bestuurt, beschikt over een alomvattende kennis. En deze kennis is een noodzakelijke essentiële eigenschap van Zijn wezen. Het is onmogelijk om deze kennis gescheiden van Hem te beschouwen. Bijvoorbeeld, zoals het niet mogelijk is om de existentie van het licht van de zon niet te accepteren terwijl de zon zelf een bestaan heeft, is het eveneens duizendmaal onmogelijker te accepteren dat de kennis van de Heer, Die dit welgeordende bestaan schept, van Hemzelf gescheiden zou kunnen zijn.

Zoals deze alomvattende kennis een essentiële eigenschap van de Heer is, heeft zij eveneens voor de schepping en besturing van al het bestaande een noodzakelijkheid. Dat houdt in dat niets voor Hem zich verborgen kan houden. Bijvoorbeeld, zoals het niet mogelijk is dat de gehele schepping op de aardoppervlakte voor de zon ongesluierd ongezien kan blijven, is het eveneens duizendmaal onmogelijker dat het gehele bestaan voor de alomvattende kennis van Allah zich verborgen kan houden. Er heerst immers een alomtegenwoordigheid van Hem. Dat wil zeggen dat alles zich onder Zijn waarneming bevindt en dat Hij op alles een invloed heeft. Hoewel zelfs verlichte schepselen zoals de levenloze zon, de zwakke mens en de niet over een bewustzijn beschikkende röntgenstraling die slechts geschapen en gebrekkig zijn, met hun licht tot alles doordringen, kan met grote zekerheid niets zich voor het licht van Zijn pre-eeuwige kennis, die noodzakelijk, alomvattend en essentieel is, verbergen en niets kan zich buiten deze kennis bevinden. Er bestaan ontelbare tekenen en aanwijzingen in het universum die naar deze waarheid verwijzen.

Bijvoorbeeld, alle wijsheden die op de gehele schepping te zien zijn, verwijzen naar Zijn kennis. Immers, het doelgericht uitvoeren van een handeling is alleen met de daarbij vereiste kennis mogelijk. Bovendien verwijzen alle genadegaven en hun kunstzinnige vormgeving naar een dergelijke kennis. En Degene Die Zijn handelingen met barmhartigheid uitvoert, voert deze zeer zeker welbewust en doelmatig uit.

Bovendien verwijzen alle welgeordende schepselen, ieder afzonderlijk in balans, en alle goed gebalanceerde gedaantes, ieder afzonderlijk in welgeordendheid, wederom naar deze alomvattende kennis. Immers, het welgeordend uitvoeren van een handeling, is alleen met de daarbij vereiste kennis mogelijk. Degene die in kunstzinnigheid, op een juiste schaal en in balans een handeling uitvoert, doet deze onbetwist met een alomvattende kennis.

En bovendien, de welgeordende hoeveelheden en de in wijsheid en op doelmatigheid gevormde gedaantes, die in alle schepselen zichtbaar zijn, en ook de doelmatige hoedanigheden en toestanden die door Zijn bepaling, wil en macht worden voortgebracht, tonen Zijn alomvattende kennis.

Inderdaad, het schenken van een welgeordende gedaante aan ieder afzonderlijk schepsel en het schenken van een passende vormgeving voor de nuttigheid voor haar leven en haar bestaan, komen vanuit Zijn alomvattende kennis tot stand. Buiten dit is het niet mogelijk.

Bovendien, het schenken van levensonderhoud aan ieder afzonderlijk levend wezen op een gepaste manier, op het juiste moment en vanuit onverwachte plaatsen, kan alleen met een alomvattende kennis plaatsvinden. Immers, degene die voor haar levensonderhoud zorgt, dient haar behoefte aan voedsel te weten, haar voedingstijd te kennen en haar behoefte aan voedsel te beseffen. Dan pas kan hij haar het voedsel in de voor haar geschikte vorm verschaffen.

Bovendien toont de dood met haar onbestemdheid, die verbonden is aan de wet waarbij een grens is bepaald tot aan het moment van sterven, een alomvattende kennis. Hoewel het moment van sterven van ieder afzonderlijk wezen ogenschijnlijk niet kenbaar is, is immers voor iedere groep haar levensspanne binnen twee bepaalde grenzen vastgesteld. Voor deze tijd van sterven wordt een resultaat, een vrucht, een kern van dit levende wezen bewaard, die haar dienst na haar leven voortzet en haar in een nieuw leven verandert. Dit verwijst wederom naar een alomvattende kennis.

Bovendien toont het begunstigen dat zich vanuit barmhartigheid ontwikkelt, die al het bestaande omvat en die ten aanzien van ieder afzonderlijk bestaan passend is, een alomvattende kennis binnen een wijdverbreide barmhartigheid aan. Bijvoorbeeld, degene die de jongeren van de levende wezens met melk verzorgt en de planten op de aardoppervlakte die aan water behoefte hebben met regen onderhoudt, kent zeer zeker deze jongeren, is bewust van hun behoeftes, neemt deze planten waar, beseft hoe noodzakelijk regen voor hen is en verleent dit vervolgens aan hen. Al deze grenzeloze verschijningen van zijn barmhartigheid vol wijsheid en goedheid tonen een alomvattende kennis aan.

Bovendien, de zorgzaamheid, de kunstzinnige vormgeving en de meesterlijke versiering bij het kunstzinnig scheppen, tonen een alomvattende kennis aan. Immers, teneinde te midden van duizenden mogelijke hoedanigheden een welgeordende, een versierde, een kunstzinnige en met wijsheid uitgevoerde vormgeving te verlenen, kan alleen geschieden vanuit een diepe kennis. Het verlenen van een dergelijke vormgeving, te midden van talloze mogelijke hoedanigheden, toont een alomvattende kennis aan.

Bovendien getuigt het gemak in het scheppen vanuit het niets van een volmaakte kennis. Immers, op een gemakkelijke manier een handeling uitvoeren en op een lichte wijze vanuit een bepaalde toestand uitkomen, toont een evenredigheid van kennis en van vaardigheid aan. Des te meer iemand over de benodigde kennis beschikt, des te eenvoudiger het uitvoeren voor hem wordt.

Zodoende kijken wij op basis van dit geheim naar de gehele schepping die ieder afzonderlijk een wonderlijk kunstwerk is, en zien wij dat zij op een verwondering opwekkend niveau met lichtheid, zonder moeite, zonder verwikkelingen, binnen korte tijd en niettemin op een wonderbaarlijke manier tot het bestaan zijn geroepen. Dus het scheppen in een grenzeloze lichtheid laat zien dat er een grenzeloze kennis bestaat. In samenhang met de bovenvermelde tekenen bestaan er nog duizenden betrouwbare tekenen voor het feit dat de Heer, Die over dit universum beheert, een alomvattende kennis bezit. De gehele schepping bevindt zich met al haar hoedanigheden in Zijn kennis voordat Hij haar nog schept.

Aangezien de Heerser van dit universum over een dergelijke kennis beschikt, neemt Hij ook zeer zeker de mensen en hun daden waar. Hij kent datgene wat de mensen waardig zijn en wat hun gerechtig toekomt. En Hij handelt jegens hen volgens Zijn wijsheid en Zijn barmhartigheid en Hij zal dit eveneens in het hiernamaals zo houden. O, mens! Kom tot bezinning, raap je verstand bijeen. Word wakker en word bewust van Degene Die jou kent en Die Zich om jou bekommert.

Indien er wordt gesteld: “Kennis alleen is niet toereikend, de wil is ook noodzakelijk. Als de wil ontbreekt, zal kennis ook niet voldoende zijn.”

Het antwoord: zoals de gehele schepping naar een alomvattende kennis verwijst en daarvan getuigt, zo getuigt zij eveneens van de alomvattende wil van de Heer, Die over een alomvattende kennis beschikt. Dit gaat als volgt:
Het feit dat er aan de gehele schepping, in het bijzonder aan ieder levend wezen, een welgeordende gedaante te midden van zeer veel mogelijkheden, volgens één vastbesloten mogelijkheid te midden van zeer vele verwarrende mogelijkheden en volgens één belovende weg te midden van zeer veel doodlopende wegen wordt verleend, toont in oneindig vele opzichten een alomvattende wil aan. Immers, de uitgebalanceerde vormen en de welgeordende gedaantes die aan de gehele schepping met een zeer gevoelige uitbalancering en verfijnde weegschaal en met een zeer scherpe ordening, te midden van oneindig vele gelegenheden en mogelijkheden, en op doodlopende wegen en vanuit levenloze elementen, die als een stormvloed voortvloeien, worden verleend, tonen zeer duidelijk de aanwezigheid van een alomvattende wil.

Immers, het uitkiezen van een hoedanigheid uit grenzeloze toestanden kan alleen door middel van een beslissing, een uitverkiezing, een doelstelling en een wil worden bereikt. En deze beslissing kan alleen bereikt worden vanuit een opzet en vanuit een wens. Inderdaad, het beslissen vereist een beslisser en het uitkiezen vereist een uitkiezer. Wat het beslissen en het uitkiezen betreft, zij zijn eigenschappen van de wil. Bijvoorbeeld, aangezien het menselijke lichaam als een machine uit honderden verschillende werktuigen en instrumenten is opgebouwd en toch uit niet meer dan een druppeltje vloeistof is ontstaan, een vogel met haar honderden verschillende ledematen uit niet meer dan een eenvoudig ei is ontstaan en een boom vanuit honderden verschillende bestanddelen is opgegroeid en uit niet meer dan een eenvoudige zaad is geschapen, verwijzen zij allen hiermee naar de macht en de kennis en eveneens met zekerheid naar de alomvattende wil van hun Schepper. Hij verleent met Zijn wil ieder afzonderlijk deeltje, iedere afzonderlijke ledemaat en ieder afzonderlijk bestanddeel een bijzondere vorm en bekleedt deze met hun eigen karakteristieke gedaante.

Kortom: bijvoorbeeld, zoals dezelfde lichaamsdelen van dieren met betrekking tot hun eigenschappen en hun functies op elkaar lijken en daarin hetzelfde stempel van Zijn eenheid tonen, en zoals de gehele schepping op een absolute wijze bewijst dat de Schepper van alle dieren hetzelfde en de alomtegenwoordige is, evenzo bewijzen en getuigen de van elkaar verschillende gedaantes en de van elkaar met wijsheid onderscheiden kenmerken en bepalingen op de gezichtsvormen van de dieren dat hun Schepper de heerser is Die over een vrije wil beschikt. Hij doet wat Hij wil en doet niet wat Hij niet wil. Hij handelt met opzet en wil.

Aangezien er voor het feit dat er voor de kennis en de wil van de Heer talloze bewijzen en getuigenissen zijn, is zeer zeker de ontkenning van de goddelijke wil door een gedeelte van de filosofen, de loochening van kàdèr door enkele mensen die bidat nastreven, de beweringen van een aantal afgedwaalde mensen dat Allah kleine zaken niet ter kennisname zou aannemen en de visie van de godsverloochenaars die het scheppen van het bestaan aan de natuurfenomenen en aan de oorzaken toeschrijven, een leugen die in zich een grenzeloze dwaasheid bevat welke door afdwaling wordt veroorzaakt. Immers, degene die grenzeloos betrouwbare getuigenissen verloochent, maakt zich schuldig aan grenzeloze leugens. Dus besef wat voor een grote vergissing het is en hoezeer het in tegenspraak met de waarheid loopt als jij met een bewust verstand zegt dat het bestaan natuurlijk is gevormd in plaats van dat het met de wil van Allah tot stand is gebracht.[1]

2. De wezens ontstaan uit zichzelf.

Stel dat men zegt: “Het Atomium (Het Atomium is een monument in het Heizelpark in Brussel. Het is een stalen constructie die bestaat uit negen bollen met elk een diameter van 18 meter) in Brussel uit zichzelf ontstaan is, want ik kan de maker hiervan niet zien, zou men deze bewering dan onmiddellijk accepteren of ontkennen? Zo ook, kunnen we niet accepteren dat de schepping uit zichzelf is ontstaan. Alleen omdat we de ontwerper of de schepper niet zien. Dat is onmogelijk en onlogisch. Om bijvoorbeeld jezelf te kunnen creëren, zou je zelf eerst moeten bestaan. Maar als je al bestaat, kan je jezelf niet creëren omdat je al bestaat.

3. Alles ontstaat op natuurlijke wijze, de natuur zorgt hiervoor en creëert het.

In elk land, stad of gemeente zijn regels die gehandhaafd dienen te worden. Deze regels laten zien dat er een bestuur is die deze heeft opgesteld, maar deze regels op zich zijn zelf niet het bestuur. De natuur is een wet, dus het kan geen wetgever zijn. De natuur is een boek, het kan geen schrijver zijn. Is er een boek zonder schrijver? De natuur is een kunst, het kan geen kunstenaar zijn. Is er een kunstwerk zonder kunstenaar? Zo eveneens is er een Bestuurder, Wetgever, Schrijver, Kunstenaar, Schepper van dit universum Die wij Allah noemen.

4. Allah heeft alles geschapen.

We hebben gekeken naar de rationele en logische argumenten en bewijzen voor het ontstaan van het universum (en alles erin) en daaruit de volgende conclusies getrokken:
Het universum is door een Schepper geschapen (uit niets komt niets voort) en kan zichzelf niet hebben geschapen. Er moet dus een Schepper zijn buiten het geschapenen dat alles en iedereen heeft gecreëerd.

Kortom: de mens kan niet per toeval zijn ontstaan en daarmee kan ook het leven niet per toeval zijn ontstaan, aangezien dit in het verlengde van elkaar ligt. Uit deze bovengenoemde stellingen begrijpen we dat enkel Allah de Schepper van het universum is.

Sommige mensen zullen alsnog een allerlaatste vraag stellen wie de Schepper is van de Schepper. Als men deze vraag stelt, kan men deze oneindig door blijven stellen, namelijk wie is de Schepper van deze Schepper en wie is de Schepper van die Schepper enzovoort. Uiteindelijk is er maar één Schepper die daadwerkelijk geschapen heeft, omdat wij de creatie (het universum en alles daarin) daadwerkelijk om ons heen zien.

Het is niet mogelijk dat Allah niet bestaat. Aangezien een stad zonder burgemeester, een kunstwerk zonder kunstenaar of een boek zonder schrijver onmogelijk is, hoe kan het dan mogelijk zijn dat deze welgeordende wereld geen Heerser, Bestuurder, Kunstenaar en Schrijver zou hebben?

Als er naar het universum gekeken wordt, kan er geconcludeerd worden dat er een bepaald mechanisme is dat ervoor zorgt dat alle schepselen volgens een bepaald structuur werken, alsof ze elkaar kennen en inspelen op elkaars behoeften.
Het is niet mogelijk dat deze schepselen zo structureel te werk gaan zonder onderlinge afspraken. Een koe geeft melk, een bij geeft honing en een boom geeft fruit aan de mens, zodat de mens zijn leven kan voortzetten. Hoewel er een kennis, wil, kracht en barmhartigheid nodig is die hiervoor zorgt, verrichten ze deze handelingen zonder deze eigenschappen te bezitten. Zonder twijfel leidt ons verstand ons naar Allah Die oneindige kennis, macht en barmhartigheid bezit. Alles in het universum is een kunstwerk en al deze kunstwerken verwijzen naar de Kunstenaar.

Bovendien, er zijn ook meer dan honderd duizend profeten gekomen, deels met hemelse boeken die het bestaan en de eenheid Allah verkondigen. De Kuran is een van deze hemelse boeken, waarin op een zeer heldere manier het bestaan van Allah wordt gereciteerd:

“Degene Die zeven hemelen boven elkaar heeft geschapen. Jij ziet in de Schepping van de Meest Barmhartige geen enkele afwijking. Kijk dan nog eens. Zie jij een gebrek (daarin)? Kijk dan nogmaals keer op keer. Jouw zicht zal in staat van vernedering naar jou terugkeren en het (zicht) zal uitgeput zijn.”[2]

Zoals ook hierboven bewezen is, is het bestaan van Allah een onomstotelijke en onweerlegbare waarheid.

Hun boodschappers zeiden: “Bestaat er twijfel over Allah, de Schepper van de hemelen en de aarde?”[3]

Er zijn heel veel onderzoekers, geleerden en wetenschappers die heel veel boeken hebben vervaardigd om het bestaan en de eenheid van Allah te bewijzen. Onder deze coryfeeën heeft Bediuzzaman Said Nursi een bijzonder werk vervaardigd onder de naam Risale-i Nur. Daardoor adviseren wij degenen die een gedetailleerde uitleg en bewijs voor het bestaan en de eenheid van Allah te willen hebben om het boek ‘Het Grootste Teken’ van Bediuzzaman Said Nursi te lezen.

Footnotes

  1. ^ Bediuzzaman Said Nursi, De Brieven 379-384
  2. ^ De Kuran 67:3-4
  3. ^ De Kuran 14:10
18 July 2020 86
www.vragenenislam.nl
Deel