Antwoord

Het verbreken van een eed waarbij in naam van Allah is gezworen, vereist boetedoening, ongeacht wat voor soort eed er wordt afgelegd. Normaal gesproken moet er aan de boetedoening voldaan worden nadat de eed is verbroken. Boetedoening die voldaan wordt nadat de eed is verbroken is geldig.
Over het voldoen van een boetedoening nadat de eed is verbroken bestaat er tussen de islamitische geleerden geen onenigheid. Echter bestaan er wel verschillende meningen over het voldoen van de boetedoening nog vóórdat de eed wordt verbroken.
Volgens de Hanefi-wetschool moet de boetedoening voldaan worden nadat de eed is verbroken. Boetedoening kan voldaan worden met goederen of door te vasten. Boetedoening voldoen, nog vóórdat de eed wordt verbroken, is niet toegestaan.
Volgens de Shafi-wetschool kan, indien men de boetedoening wil voldoen met goederen, deze ook voldoen nog vóórdat de eed is verbroken.
Voor de volgelingen van de Hanbeli-wetschool en Maliki-wetschool is het toegestaan om met goederen en door te vasten te voldoen aan de boetedoening vóór en nadat de eed is verbroken.
İndien een boetedoening wordt voldaan alvorens de eed wordt beëdigd en verbroken, dan is deze boetedoening niet geldig en dient er opnieuw een boetedoening verricht te worden. Hierover is er consensus tussen de vier grote wetscholen.[1]
Allah (swt) zegt in de Kuran:

“Allah zal jullie niet bestraffen voor datgene wat in jullie eden onbedoeld is, maar Hij zal jullie straffen voor de eden die jullie (bewust) vastleggen. (Bij het verbreken van jullie eden) geldt boetedoening hiervoor: het voeden van tien armen, zoals jullie gemiddeld jullie families voeden; of hen kleden; of het vrijlaten van een slaaf. Maar eenieder die zich dat niet kan veroorloven, die moet drie dagen vasten. Dat is de boetedoening voor de eden die jullie gezworen hebben. En bescherm jullie eden. Dus Allah heeft Zijn Tekenen voor jullie duidelijk gemaakt, dat jullie dankbaar moge zijn!”[2]

De boetedoening van het niet nakomen van een eed is door Allah (swt) in bovenstaande verzen als volgt vastgelegd:

  • Twee keer op een dag eten geven aan 10 armen;
  • Het kleden van 10 armen;
  • Het vrijlaten van een slaaf.

Een persoon is vrij om één van deze drie opties te kiezen. Als men niet in staat is om bovenstaande te vervullen dan dient men drie dagen achterelkaar te vasten. Het achterelkaar vasten mag om wat voor reden dan ook niet worden verbroken, zelfs niet door bijvoorbeeld menstruatie. Wanneer het vasten toch wordt verbroken dan moet men opnieuw beginnen. De Kuran stelt op deze manier vast hoe de boetedoening moet worden voldaan.

Footnotes

  1. ^ Zie Kasani, a.g.e. III:18; Ibn Kudame, a.g.e. XI:223-226; Shewkani, Neylul-Ewtar VIII:268, 269; Necati Yeniel-Hüseyin Kayapınar, a.g.e. XII:237, 138.
  2. ^ De Kuran 5:89
08 June 2020 11
www.vragenenislam.nl
Deel