Vijf opmerkingen met betrekking tot de miradj (de hemelvaart) van profeet Muhammed (saw) ten aanzien van een mewlid (een soort lyrisch lofdicht)


[1]بِاسْمِهِ سُبْحَانَهُ ۞ وَاِنْ مِنْ شَيْءٍ اِلاَّ يُسَبِّحُ بِحَمْدِهِ

بِسْمِ اللهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحِيمِ

[2]وَلَقَدْ رَآهُ نَزْلَةً اُخْرٰى ۞ عِنْدَ سِدْرَةِ الْمُنْتَهٰى ۞ عِنْدَهَا جَنَّةُ الْمَأْوٰى ۞ اِذْ يَغْشَى السِّدْرَةَ مَا يَغْشٰى ۞ مَا زَاغَ الْبَصَرُ وَمَا طَغٰى ۞ لَقَدْ رَاٰى مِنْ اٰيَاتِ رَبِّهِ الْكُبْرٰى

We zullen ten aanzien van een mewlid vijf opmerkingen bespreken met betrekking tot de miradj van profeet Muhammed (saw).

De eerste opmerking

De schepselen van de eeuwige wereld zijn nauw verbonden met het licht van Rasul-u Ekram Aleyhissalatu Wesselam. Immers, het paradijs zal op basis van dit licht, dat hij heeft meegebracht, zich bevolken met djinns en mensen. Indien dit licht er niet zou zijn, dan zou ook de eeuwige gelukzaligheid niet tot stand kunnen komen en zouden de djinns en de mensen, die over de bekwaamheid beschikken om van alle schepselen in het paradijs gebruik te kunnen maken, niet in staat zijn om het te bewonen. Het zou in zeker opzicht een onbeheerd en afgelegen gebied gebleven zijn.

Zoals we in de vierde tak van Het Vierentwintigste Woord hebben verduidelijkt, is een vertegenwoordiger gekozen uit elk van de diersoorten om de intense behoefte van haar eigen soort aan de planten, die uit de schatkamer van de barmhartigheid tevoorschijn komen en die levensonderhoud van de dieren dragen, te verkondigen. De belangrijkste van deze soorten zijn de nachtegaal en de roos.

En zoals waarvan het gezang een welkomstlied, een jubelend lied, een soort lofzang aan Allah en een prachtige ontvangst voor alle planten is, zo ook heeft op identieke wijze de engel Djibrīl (as) in volmaakte liefde Muhammed de Arabier (saw), de geliefde van de Heer der werelden en degene die de reden voor de schepping van het universum en voor de gelukzaligheid in beide werelden vormt, gediend. Dit verwijst tevens naar de engelen die Adem (as) hebben gehoorzaamd en naar het geheim ten gevolge waarvan zij zich voor hem hebben neergeworpen. De bewoners van het paradijs, zelfs de dieren daarin, ondervinden ook een vorm van verbondenheid met onze profeet. En deze verbondenheid is tot uiting gekomen in de hartstochtelijke gevoelens van Burak die hij besteeg.

De tweede opmerking

De feilloze liefde van Allah de Rechtvaardige voor Zijn eerbiedwaardige boodschapper (saw) tijdens de gebeurtenissen van de miradj is via de volgende woorden uitgedrukt: “Ik ben met Jou in liefde verbonden.” Deze uitdrukking past met haar banaal waarneembare betekenis niet bij de heiligheid van Wadjibul-Wudjud en bij Zijn wezen die tot niets behoeftig is.

Wadjibul-Wudjud heeft een oneindige schoonheid en perfectie. Immers, alle soorten schoonheden en perfecties, welke over het gehele universum zijn verspreid, vormen sporen, tekenen van en verwijzingen naar Zijn schoonheid en Zijn perfectie. Zoals iemand die over schoonheid en perfectie beschikt en tegelijkertijd deze schoonheid en deze perfectie liefheeft, zo houdt Zat-u zul-Djelal eveneens van Zijn eigen schoonheid. En dit doet Hij op een wijze die Hem waardig is. Bovendien heeft Hij ook Zijn namen, die de stralen van Zijn schoonheid zijn, lief. Aangezien Hij Zijn namen liefheeft, zo houdt Hij zeer zeker ook van Zijn kunstwerken, waarin de schoonheid van Zijn namen zich manifesteert. Zodoende heeft Hij ook Zijn schepselen, waarin Zijn schoonheid en Zijn perfectie verschijnen, lief. En aangezien Hij nu eenmaal degene liefheeft die Zijn schoonheid en Zijn volmaaktheid tot uitdrukking brengt, houdt Hij zeer zeker ook van de voortreffelijke eigenschappen van al het geschapene welke verwijzen naar de schoonheid en de perfectie van Zijn namen. Naar deze vijf hierboven vermelde verschijningsvormen van liefde verwijst de Kuran met zijn verzen.

Aangezien Rasul-u Ekram Aleyhissalatu Wesselam het meest volmaakte en het meest voorname te midden van alle schepselen is, aangezien hij de goddelijke kunstwerken via een lofzang en via een zikr vertoont, aangezien hij via de aanspraak van de Kuran de schatten van de schoonheid en de perfectie van Zijn namen heeft onthuld en de getuigenissen van de tekens, die op de schepping een betrekking hebben, op een glanzende en overtuigende wijze aan de volmaaktheid van de Schepper verkondigt, aangezien hij zich via zijn allesomvattende dienaarschap tot Zijn heerschappij als een spiegel dient en aangezien hij ook met zijn allesomvattende eigenschappen een persoon is waarin zich de goddelijke namen in volmaaktheid manifesteren, kan er met zekerheid gezegd worden dat aangezien Djemil-u zul-Djelal Zijn schoonheid liefheeft, houdt Hij ook van Muhammed de Arabier (saw) die tot deze schoonheid als de meest volmaakte bewustzijn begaafde spiegel dient. En aangezien Hij ook Zijn eigen namen liefheeft, houdt Hij zeer zeker van Muhammed de Arabier (saw), die met betrekking tot Zijn namen als de meest glanzende spiegel dient en houdt Hij ook van degenen die in een mate waarin zij hem (saw) als voorbeeld nemen. En aangezien Hij Zijn kunstwerken liefheeft, houdt Hij zeer zeker van Muhammed de Arabier (saw) die Zijn kunstwerken via een lofzang en via de verheerlijking van Allah in een galmende stem naar het gehele universum uitroept, waarop deze tot in de oren van de hemel doordringt en al hetgeen die op het land en in de zee aanwezig zijn deze aanhoren, en houdt Hij ook van degenen die hem volgen. En aangezien Hij Zijn schepselen liefheeft, houdt Hij eveneens van de levenden die de meest volmaakten te midden van alle schepselen zijn, van de met bewustzijn begaafden die de meest volmaakten te midden van alle levenden zijn en van de mensen die de edelsteen te midden van alle met bewustzijn begaafden zijn en zeker nog veel meer van Muhammed de Arabier (saw), die vanuit de overeenstemming van allen de meest volmaakte van alle mensen is. En aangezien Hij de ethische deugden en kwaliteiten van Zijn schepselen liefheeft, houdt Hij eveneens van Muhammed de Arabier (saw), wiens ethische deugden en kwaliteiten zeker het hoogste niveau bezitten, en ook van diegenen in een mate waarin zij hem (saw) als voorbeeld nemen.

Dat houdt dus in dat ook de liefde van Allah de Rechtvaardige, evenals Zijn barmhartigheid, de gehele kosmos omvat. Dus in elk opzicht van de hierboven genoemde vijf aspecten behoort de hoogste rang, te midden van alle geliefden, toe aan Muhammed de Arabier (saw), waarbij hem de titel Habibullah is gegeven.

Zodoende wordt in een mewlid in het verwerven van Zijn liefde, de liefde van Allah voor onze profeet (saw), als volgt tot expressie gebracht: “Ik ben met jou in liefde verbonden.” Deze uitdrukking dient ten aanzien van onze bezinning als een soort telescoop en vormt een verwijzing naar een zeer ver verwijderde waarheid. Echter, aangezien deze uitdrukking nochtans in onze voorstelling een onjuist, ongepast beeld ten aanzien van Zijn wezen oproept, kan men in plaats daarvan beter het volgende zeggen: “Ik ben met jou tevreden.”

De derde opmerking

De belevenissen gedurende de miradj, de heilige waarheden ervan kunnen niet tot uitdrukking gebracht worden via de tot ons bekende, wereldse percepties. Veeleer, de dialogen gedurende de miradj vormen een aanzet voor een betere waarneming, dienen als een soort telescoop voor onze bezinning, zijn een verwijzing naar de verheven en diepe waarheden, dienen als een herinnering tot het beseffen van enkele geloofswaarheden en zijn een verwijzing naar de waarheden die met woorden niet tot uitdrukking gebracht kunnen worden.

Namelijk, met de ons bekende, wereldse percepties zijn deze belevenissen niet te begrijpen. Wij kunnen de waarheid achter dergelijke gesprekken niet met ons voorstellingsvermogen begrijpen. Veeleer kunnen wij in plaats daarvan met onze harten een hartstochtelijk genot, dat vanuit het geloof voortkomt, en een lichtrijke vreugde, die in de ziel tot stand komt, verkrijgen. Immers, zoals niets aan het wezen en aan de eigenschappen van Allah de Rechtvaardige als gelijkwaardig of gelijksoortig terzijde gesteld kan worden, zo kan er eveneens aan Zijn handelingen, met betrekking tot Zijn heerschappij, niets gelijksoortig gesteld worden. En zoals Zijn eigenschappen niet op de eigenschappen van de schepselen lijken, zo is ook Zijn liefde niet te vergelijken met de liefde van de schepselen.

Aangezien dit zo is, beschouwen wij deze uitdrukkingen als metaforisch en zeggen wij daaromtrent het volgende:

Met behulp van een mewlid, waarin over de belevenissen gedurende de miradj wordt verteld, worden we aan enkele eigenschappen van Wadjibul-Wudjud, zoals liefde welke bij Zijn noodzakelijk bestaan en Zijn heiligheid past, welke Zijn van alle soorten behoeftigheden gevrijwaarde wezen en Zijn absolute volmaaktheid waardig is, herinnerd.

De vierde opmerking

De zin “Hij heeft achter zeventigduizend sluiers Allah de Rechtvaardige waargenomen” brengt een afstand tot uitdrukking, terwijl Wadjibul-Wudjud niet gebonden is aan ruimte en dichterbij bij alles bevindt dan zij bij zichzelf zijn. Wat wordt hiermee bedoeld?

Het antwoord: Allah de Rechtvaardige staat ons zeer nabij, daarentegen zijn wij oneindig ver van Hem verwijderd. Bijvoorbeeld, de zon is door middel van een spiegel ons oneindig nabij en ten opzichte van zichzelf lijkt ieder glanzend en glinsterend object op de aarde op een troon en vormt het in dat opzicht een soort woonverblijf ervan. Indien de zon met bewustzijn begaafd zou zijn, dan zou zij door middel van onze spiegel met ons communiceren. Echter, wij zijn vierduizend jaar van haar verwijderd. Zonder enige vergelijkingen met Allah te trekken, is Shemsul-Ezeli nader bij alles dan dat zij bij zichzelf is. Immers, Hij is Wadjibul-Wudjud, gevrijwaard van ruimte. Niets kan voor Hem als hindernis werken en toch is alles oneindig ver van Hem verwijderd.

Inderdaad, het geheim van de ver afgelegde afstand tijdens de mirādj in samenhang met het volledig ontbreken van een ruimte, dat met het vers

[3]وَنَحْنُ اَقْرَبُ اِلَيْهِ مِنْ حَبْلِ الْوَرِيدِ

wordt uitgedrukt, en het geheim dat Rasul-u Ekram Aleyhissalatu Wesselam tijdens zijn miradj de reusachtige afstand deed afleggen in samenhang met een enkel moment van terugkeer, komen allemaal tevoorschijn uit de bovenvermelde waarheden. De miradj van Rasul-u Ekram Aleyhissalatu Wesselam was zijn spirituele reis, een expressie van zijn welayet.
Ewliya ontwikkelen zich via een spirituele reis van veertig dagen tot veertig jaar, opdat zij het geloofsniveau van hakkalyakin kunnen bereiken. Op dezelfde wijze heeft Rasul-u Ekram Aleyhissalatu Wesselam, de sultan van alle ewliya, met zijn miradj, welke het grote wonder van zijn welayet is, in plaats van veertig jaar slechts in veertig minuten een grote weg geopend en hiermee de hoogste niveaus van de geloofswaarheden bereikt. Niet alleen heeft hij met zijn hart en ziel de miradj ervaren, maar ook met zijn lichaam en met al zijn zintuigen. Hij steeg met de miradj omhoog tot de Arsh en heeft hij op het niveau van Kabul-Kawseyn met aynelyakin Allah en het hiernamaals waargenomen. Hij (saw) trad het paradijs binnen en heeft de eeuwige gelukzaligheid aanschouwd. Hij (saw) heeft de grote weg opengelaten, die hij met de miradj heeft ontsloten en bekend heeft gemaakt. Alle ewliya van zijn ummet begeven zich in de schaduw van deze miradj met hart en ziel op een spirituele reis, dienovereenkomstig tot hun bekwaamheden.

De vijfde opmerking

Het reciteren van een mewlid waarin de geboorte van de profeet en zijn miradj worden beschreven, is een bijzonder mooie en zegenrijke gewoonte en een zeer aangename islamitische traditie. Veeleer is dit in de islamitische maatschappij een zeer subtiele, glansrijke en prettige vorm van plezier en ontspanning. Het is zelfs de meest aangename en het meest plezierige onderwijzing om de geloofswaarheden weer in herinnering te brengen. En zelfs is het de meest stimulerende en het meest effectieve middel om de lichten van het geloof, de liefde tot Allah en de hoge verering voor de profeet weer te geven. Moge Allah de Rechtvaardige deze traditie eeuwig doen voortbestaan. En moge Allah de Rechtvaardige genade verlenen aan al degenen die zulke mewlid’s hebben geschreven, en moge Hij voor hen het paradijs als woonverblijf bereiden. Amin!

Tot slot

Aangezien de Schepper van dit universum bij ieder soort schepsel een voortreffelijk en volmaakt individu, dat met sterkere eigenschappen is uitgerust, heeft geschapen en dit voor zijn eigen soort tot een voorbeeld en tot een bron van trots heeft gemaakt, zal Hij met de manifestatie van ismul-azam zeer zeker, in vergelijking tot al Zijn scheppingen, een voortreffelijk en volmaakt individu scheppen. Evenals er te midden van Zijn namen de ene naam bestaat die ismul-azam wordt genoemd, zo zal er eveneens te midden van Zijn schepselen een volmaakt individu zijn in wie Hij alle volmaaktheden, die in alle scheppingen te zien zijn, zal verenigen en door wie Hij de blikken op Zichzelf zal richten.

Dit individu zal zeer zeker een levend wezen zijn, want de levende wezens zijn de meest volmaakten te midden van alle soorten schepselen in het universum. En te midden van deze levende wezens zal dat individu in het bijzonder met bewustzijn uitgerust zijn, want de met bewustzijn begaafde wezens zijn de meest volmaakten te midden van alle soorten levende wezens. En dit buitengewone individu zal in ieder geval een mens zijn, want de mens is degene die tot de grenzeloze ontwikkeling in staat is, te midden van de met bewustzijn begaafden.

En te midden van de mensen zal dit individu in ieder geval Muhammed (saw) zijn. Immers, sinds het tijdperk van Adem (as) heeft de geschiedenis tot nu toe geen één persoon zoals Muhammed (saw) gekend en zal het ook niet naar voren kunnen brengen. Immers, deze persoon heeft de halve aardbol en een vijfde gedeelte van de mensheid onder zijn geestelijke leiding genomen, welke in volmaakte majesteitelijkheid gedurende een periode van duizenddriehondervijftig jaar heeft voortbestaan. En hij (saw) is voor alle spiritueel volmaakte mensen met betrekking tot alle waarheden een universele meester geworden.

In overeenstemming met vriend en vijand is geaccepteerd dat hij (saw) op het hoogste niveau de morele kwaliteiten en de goede zeden bezit. Bij het begin van zijn missie heeft hij, geheel en al op zichzelf aangewezen, de gehele wereld uitgedaagd. Hij is met zekerheid het meest voortreffelijke individu dat de Kuran, waarvan de verkondiging een wonder is en welke iedere minuut door meer dan honderd miljoen mensen wordt gereciteerd, heeft verkondigd. Dit zou niemand anders dan hij kunnen zijn. Hij is tegelijkertijd het zaad en de vrucht van dit universum.

عَلَيْهِ وَعَلٰۤى اٰلِهِ وَاَصْحَابِهِ اَلصَّلاَةُ وَالسَّلاَمُ بِعَدَدِ اَنوَاعِ الْكَاۤئِنَاتِ وَمَوْجُودَاتِهَا

Inderdaad, je kan dan nu begrijpen wat voor een plezierige, trotse, verlichtende, vrolijke, begunstigde en verheven religieuze vorm van plezier en ontspanning het is voor de gelovigen, die profeet Muhammed (saw) als hun leider, imam en bemiddelaar beschouwen, om de mewlid, waarin zijn geboorte en miradj worden beschreven, te beluisteren, dus om zijn spirituele ontwikkelingsproces te kennen.
O Heer! In verering van Jouw Habibul-Ekram (saw) en omwille van ismul-azam, manifesteer de lichten van het geloof in de harten van degenen die deze verhandeling publiceren en van hun vrienden, en schenk aan hen de mogelijkheid om met hun pennen de geheimen van de Kuran te verkondigen en leidt hen in istikamet. Amin![4]

[5]سُبْحَانَكَ لاَعِلْمَ لَنَاۤ اِلاَّ مَاعَلَّمْتَنَاۤ اِنَّكَ اَنْتَ الْعَلِيمُ الْحَكِيمُ

Footnotes

  1. ^ In de naam van Degene Die verheerlijkt is! “En er is niets of het verheerlijkt Hem met lof!” - De Kuran 17:44
  2. ^ “En hij aanschouwde hem [Djibril] nog bij een andere neerdaling, bij de lotusboom van de verste eindbestemming (Sidratul-munteha). Daarbij bevindt zich van de Tuin van het verblijf. Toen de lotusboom geheel omhuld was door hetgeen hem omhulde, week zijn blik niet af, noch overschreed deze de grens. Inderdaad, hij zag [een gedeelte van] de grootste tekenen van zijn Heer.” - De Kuran 53:13-18
  3. ^ “En Wij bevinden Ons nader bij hem dan zijn halsslagader.” - De Kuran 50:16
  4. ^ Bediuzzaman Said Nursi, De Brieven, p. 476-484
  5. ^ “Verheven ben Jij. Wij hebben geen kennis, behalve hetgeen Jij ons hebt onderwezen. Jij bent de Alwetende, de Alwijze.” - De Kuran 2:32

Gerelateerde artikelen