Antwoord

Volgens de Hanefi-wetschool is het toegestaan voor een vader om zijn erfenis te verdelen zoals hij wilt. Echter, als er onrechtvaardigheid zou plaatsvinden in het verdelen van de erfenis, zou deze handeling ethisch verkeerd zijn. Bovendien zijn er ook enkele mudjtehidin die zeggen dat een dergelijke handeling niet toegestaan is.

Een van de punten die onze profeet (saw) nadrukkelijk op aandringt is het gelijk behandelen van de kinderen tijdens hun verzorging en opvoeding. Het is een principe dat zowel voor kinderen in hetzelfde gezin alsmede voor kinderen die door dezelfde leraar op school worden onderwezen dient toegepast te worden. Dat wil zeggen dat ouders niet mogen discrimineren tussen hun kinderen, afhankelijk van hun geslacht, leeftijd, intelligentie niveaus, enz. Evenzo mogen de leraren niet discrimineren tussen hun studenten, afhankelijk van hun afkomst, rijkheid, geslacht, enz.

Numan ibn Bishr vertelt het volgende: "Mijn vader heeft een deel van zijn bezit aan mij geschonken." Mijn moeder, Amra bintu Rewaha zei: "Als je de Boodschapper van Allah niet tot een getuige van deze schenking maakt, zal ik het niet accepteren." Daarop nam mijn vader me mee naar de Boodschapper van Allah om hem te informeren over de schenking.

De profeet (saw) luisterde naar mijn vader en vroeg: "Heb je andere kinderen?" Hierop zei mijn vader "Ja". Toen vroeg de profeet: "Heb je op dezelfde manier aan je andere kinderen geschonken?" Zodra mijn vader "Nee" zei, zei hij (saw): "Vrees Allah en behandel jouw kinderen rechtvaardig!" Hierop annuleerde mijn vader zijn schenking.

In sommige andere overleveringen heeft de profeet (saw) het volgende gezegd:

“Jullie dienen jullie kinderen gelijk te behandelen. Geef het terug. Maak me geen getuige. Ik kan niet getuigen voor onrechtvaardigheid. Het is niet juist. Ik getuig alleen voor de rechtvaardigheid. Zoek iemand anders om een getuige te zijn, ... een van de rechten van uw kinderen over jou is dat je hen eerlijk behandelt.”

Volgens de uitleg van Tirmidhi vonden islamitische geleerden het noodzakelijk om kinderen gelijkwaardig te behandelen, niet alleen in "geschenken en cadeau", maar in alles, zelfs in "kussen geven".

De geleerden bereiken deze conclusie omdat zij zich de volgende overlevering van de profeet (saw) als maatstaf hebben genomen.

“Allah houdt van jullie eerlijkheid/gerechtigheid jegens jullie kinderen in alle handelingen, zelfs in het kussen geven.”[1]

Bovendien zei de profeet (saw):

"Als een leraar, die onderwijs aan drie kinderen van deze gemeenschap geeft, de rijken en de armen van zijn studenten niet gelijkwaardig behandelt, zal hij in de Dag des Oordeels met de verraders worden herrezen.[2]

Dat ouders jegens hun kinderen rechtvaardig dienen te zijn geeft ons belangrijke aanwijzingen. Zo geeft het bijvoorbeeld maatregelen aangaande het beschermen van kinderen tegen het plegen van misdrijven. Wanneer de profeet (saw) Numan verbiedt om zijn kinderen onrechtvaardig te behandelen, stelt hij Numan in de bovengenoemde overlevering de volgende vraag: "Zou het je niet blij maken als je kinderen je gelijk behandelen in termen van respect en gratie?" Hierop antwoordde Numan: "Ja, o Boodschapper van Allah!" Daarop zei de profeet: "Zoek dan iemand anders om een getuige te zijn!" In een ander overlevering zei de profeet (saw): “Zoals het jou recht is om gelijke goede daden en gunsten van hen te ontvangen, is het evenzo hun recht om gelijke behandeling van jou te ontvangen."

Dus, ouders dienen hun kinderen rechtvaardig te behandelen, teneinde het respect van hun kind jegens hen te behouden en de liefde en de banden van hun kind jegens zijn broers en zussen in stand te laten houden. De Kuran associeert de haatachtige gevoelens en jaloezie van de broers van Yusuf (as) jegens Yusuf (as) met een intensieve gevoel van shefkat van Yakub (as) jegens Yusuf (as). Een dergelijk gevoel stimuleerde de broers van Yusuf (as) om hem in een put te gooien; het veroorzaakte ook de kwellingen en problemen waardoor Yakub (as) blind werd.

Het is nuttig om op dit punt de volgende overlevering te herinneren:

"Moge Allah veel genade tonen aan de vader die zijn kind helpt zodat hij (het kind) hem goed (aardig) behandelt."[3]

Islamitische geleerden, die beweren dat ouders hun kinderen gelijkwaardig moeten behandelen, hebben de volgende redenering:

Gelijke behandeling is een voorwaarde van wadjib. Het breken van de verbondenheid tussen de broers en het tonen van minachting aan ouders worden immers in de Islam als haram geaccepteerd. Volgens de islamitische wetgeving zijn de middelen die tot haram leiden eveneens haram. Dus, één kind als superieur aanzien ten opzichte van de andere kinderen vormt een middel die tot boven vermelde twee haram leiden. Daardoor wordt de handeling zelf ook haram. En aangezien het vermijden van haram wadjib is, is het wadjib voor ouders om hun kinderen rechtvaardig te behandelen.

Kortom: het is zeer belangrijk voor de ouders om hun kinderen gelijk te behandelen; anders zullen zij een zondaar worden. Echter, indien een vader zijn kinderen niet gelijk behandelt, kunnen wij niet zomaar zeggen dat hij een haram heeft begaan. Dit heeft te maken met dat onze profeet (saw) het verrichten van zulke daden niet heeft verboden, maar hij (saw) zei dat hij deze niet goed vindt. Aangezien er geen directe verbodenheid bestaat die door de verzen van de Kuran en de overleveringen van de profeet (saw) wordt verduidelijkt, kunnen wij niet zeggen dat het haram is. Wij kunnen zeggen dat het niet met de eerbiedwaardige handelingen van onze profeet (saw) past en daardoor kunnen wij het als onaangenaam beschouwen.

Footnotes

  1. ^ Zie el-Djamius-Saghir, II/297
  2. ^ Zie ibn Sahnun, ibid, blz. 353
  3. ^ Zie el-Djamius-Saghir, IV/29
17 January 2020 121
www.vragenenislam.nl
Deel