Antwoord

Een gelovige weet dat hij datgene wat niet in zijn lot is nooit zal beleven. Ditzelfde geldt ook voor rampspoeden. In soera el-Hadid, vers 22 en 23 verkondigt Allah ons:

Er treft de aarde of jullie zelf geen ramp, of het staat in het boek van de beslissingen (zelfs) vόόrdat Wij het tot uitvoering brengen. Voorzeker, dat is gemakkelijk voor Allah.[1]

Zodat jullie niet teleurgesteld zullen zijn over de (goede) zaken die aan jullie zijn voorbijgegaan, en evenmin dat jullie je (verwaand) verheugen over (het goede) dat jullie werd toebedeeld. En Allah houdt niet van de hoogmoedige opscheppers.[2]

Hier wordt geopenbaard dat al datgene wat men zal beleven in zijn/haar lot staat voorgeschreven. Ook wordt verklaard dat rampspoeden al zijn bepaald. Dit is voor Allah (swt) uiterst gemakkelijk. Daar komt ook bij kijken dat een gelovige die met rampspoeden te maken krijgt niet zou moeten jammeren, maar in plaats daarvan zijn situatie, met overgave en de gedachte dat de rampspoeden al zijn voorgeschreven in zijn lot, zou moeten accepteren. Dit geldt vanzelfsprekend ook wanneer een gelovige te maken krijgt met voorspoed. Net als rampspoeden een gelovige niet in wanhoop zal brengen, zou eveneens voorspoed een gelovige niet in verwenning en hoogmoed moeten brengen.

Vers 51 van soera el-Tewbe verheldert dit voor ons. Huichelaars waren nooit blij wanneer profeet Muhammed (saw) een overwinning en/of buit binnen haalde. Wanneer de gelovige moslims een veldslag verloren en dus te maken hadden met rampspoed (verlies, schade, dood) namen zij aan en schepten zij op dat ze er verstandig aan hadden gedaan om niet deel te nemen aan de veldslag en/of oorlog. Na deze houding van de huichelaars werd de profeet Muhammed (saw) het volgende beveelt:

(Mijn Gezant) Zeg: "Niets zal ons treffen, behalve wat Allah voor ons heeft beschikt. Hij is onze Beschermer." En laten de gelovigen daarom op Allah hun vertrouwen stellen.[3]

Zodoende begrijpen we dat alles; al het goede en al het kwade is voorbestemd, dus in onze lot vast staat. Als een gelovige een rampspoed overkomt zegt hij:

[4]حَسْبُنَا اللَّهُ وَ نِعْمَ الْوَ كِيلُ

Door dit uit te spreken bevestigt een gelovige dat hij zich over heeft gegeven aan de wil van Allah (swt). De gelovige accepteert hiermee zijn machteloosheid en de oneindige Macht van Allah (swt). Profeet Muhammed (saw) heeft eveneens het volgende gezegd:

“Geloof in het lot, verdrijft angst en verdriet.”[5]

Echter kan een moslim niet besluiten om zondes te plegen met de gedachte dat het toch al voorbestemd is. Hij kan de zondes niet afschuiven op het lot en het lot zelf als het ware als excuus gebruiken. Net als het zo is dat toestemming verlenen aan ontkenning (van Allah swt) waarlijk ontkennen is, maakt het toestemmen met zondes iemand vanzelfsprekend een zondaar.

Het is niet juist om overgave aan je lot op deze manier te interpreteren. Hier hebben we te maken met het willens en wetens toestaan van zondes. Echter, Allah staat een dergelijke zonde niet toe door het af te raden en door het te verbieden. Allah (swt) is de Schepper van het goede en het kwade. Wij dienen dit te accepteren en ons eraan over te geven. Wij kunnen en mogen niet hetgeen wat Hij ons verbiedt willens en wetens plegen om vervolgens de schuld af te schuiven op het lot. Noch in geen enkele regel van de Kuran noch in geen enkel hadis wordt ons aangeraden om zondes toe te staan. Vrije wil en verantwoordelijkheid zijn toebedeeld aan de mens. Het lot is opgenomen in de waarheden van het geloof opdat men zich kan ontdoen van hoogmoed en trots.

Footnotes

  1. ^ De Kuran 57:22
  2. ^ De Kuran 57:22; Zie ook Taftazani, Sherhul-Akaïd, p. 192, 203, 221-222, 234-235; Watt, p. 108, 110, 118, 128-130, 392
  3. ^ De Kuran 9:51
  4. ^ “Allah (alleen) is ons voldoende en Hij is de beste beschermer.” [De Kuran 3:173]
  5. ^ Munawi, Feyzul-Kadir 3:187
09 July 2020 11
www.vragenenislam.nl
Deel